contact en info

    e-mail: secgoudsberg@gmail.com

    Hessenweg 85

    6741JP Lunteren

     T: 06 1261 8961

    IBAN: NL77 RABO 0329 5504 46

    KvK 71325910

    RSIN 858670653

    OPRICHTING STICHTING

    Heden, zesentwintig maart tweeduizend achttien, verschenen voor mij, mr. Sjirk Albert Bijma, hierna te noemen: notaris, als waarnemer van het vacante kantoor van mr. Derk Gerhardus Hoek, destijds notaris te Wageningen:

    1. drs. Karel Loeff, voorzitter

    2. Jan Kijlstra, secretaris

    3. dr. Ad van Liempt, penningmeester

    4. drs. René van Heijningen, gewoon bestuurslid

    5. dr. Joost Rosendaal, gewoon bestuurslid

    6. Ronald Busser, gewoon bestuurslid

    De verschenen personen verklaarden bij deze akte een stichting op te richten met de volgende

    STATUTEN

    Naam

    Artikel 1

    De stichting draagt de naam: Stichting Educatiecentrum De Goudsberg

    Zetel

    Artikel 2

    De stichting heeft haar zetel in de gemeente Ede.

    Doel

    Artikel 3

    1. De stichting heeft ten doel het geven van voorlichting en educatie in de breedste-zin van het woord over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en het-voorspel daarvan in het algemeen, en de geschiedenis van de Nationaali---Socialistische Beweging (N.S.B.) als bron van nationalisme, extremisme,

    onverdraagzaamheid en anti-parlementairisme in een democratisch politiek bestel in het bijzonder, rondom en vanuit het voormalig Nationaal Tehuis van de N.S.B.op de Goudsberg te Lunteren, beter bekend als "De Muur van Mussert", een enander in relatie tot andere herinneringslocaties in binnen- en buitenland en deprovincie Gelderland in het bijzonder, met name vanuit het perspectief van de-Tweede Wereldoorlog, waarbij "De Muur van Mussert" kan dienen als monumentter herinnering èn ter waarschuwing, en als locatie waar kan worden geleerd overgevaren die vrijheid en democratie kunnen bedreigen.

    2. De stichting tracht dit doel te bereiken door:

    a. het verwerven (in de vorm van erfpacht dan wel eigendom) van het rijksmonument, ingeschreven in het rijksmonumentenregister onder nummer 532514, de dato zes maart tweeduizend achttien, bekend als "Muur van-Mussert", plaatselijk bekend als Hessenweg 85, 6741 JP, Lunteren (gemeente· Ede), kadastraal bekend als gemeente Lunteren, sectie B de nummers 2058 en 2317, waardoor de in lid 1 omschreven doelstelling (mede) verkrijgt:

    een landelijk aspect: "De Muur" moet en kan dienen als locatie waar het verhaal van de collaboratie wordt verteld;
    een regionaal aspect: "De Muur" wordt opgenomen in toeristische en-educatieve routes die het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en devoorgeschiedenis daarvan naar een breed publiek communiceren. Daarin wordt de Muur het startpunt van een Oorlogsbronnenroute die begint bij "De Muur" (voorspel), verder gaat op de Grebbeberg in Rhenen (gevolg),waarna Oosterbeek met het Airbornemuseum en begraafplaats volgt-(reactie), om te eindigen in Wageningen in de capitulatiezaal in Hotel DeWereld (uitkomst);
    een lokaal aspect: de "De Muur" wordt opgenomen in de al bestaande-toeristische route "Middelpunt van Nederland op en rond de Goudsberg in Lunteren;

    b. al hetgeen te doen dat met een en ander rechtstreeks of zijdelings verbandhoudt of daartoe bevorderlijk kan zijn, een en ander in de ruimste zin van het woord.

    3. De stichting beoogt niet het maken van winst.

    4. De stichting beoogt te zijn een algemeen nut beogende instelling als bedoeld inartikel Sb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en beoogt als zodanig gerangschikt te zijn door de Nederlandse Belastingdienst.

    Geldmiddelen

    Artikel 4,

    1. De geldmiddelen van de stichting kunnen bestaan uit:

    bijdragen van hen, die met het doel van de stichting sympathiseren;
    bijdragen van hen in wier belang de stichting werkzaam is;
    subsidies en donaties;
    schenkingen, erfstellingen en legaten;
    alle andere baten.

    2. Nalatenschappen worden door de stichting slechts aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving

    3. De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor decontinuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van haar doelstelling. Onder vermogen dat nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden wordt begrepen:

    a. vermogen of bestanddelen daarvan die krachtens uiterste wilsbeschikking ofschenking door de stichting zijn verkregen, en die op grond van aan die-uiterste wilsbeschikking of schenking verbonden voorwaarden, al dan niet inreële termen, in stand moeten worden gehouden;

    b. vermogensbestanddelen voor zover de instandhouding daarvan voortvloeit uit de doelstelling van de stichting; en

    c. activa en voor de voorziene aanschaf van activa aangehouden vermogensbestanddelen, voor zover een instelling die activa redelijkerwijsnodig heeft ten behoeve van de doelstelling van de stichting .

    Bestuurssamenstelling en benoeming

    Artikel 5,

    1.
    a. Het bestuur bestaat uit ten minste drie (3) personen en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt - met inachtneming vanhet in de vorige zin bepaalde - door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.

    b. Een bestuurder mag niet over het vermogen van de stichting kunnen beschikken als ware het zijn eigen vermogen

    2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur.

    3. Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

    Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.

    4. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.

    5. Indien het aantal bestuursleden beneden het in lid 1 vermelde minimum is gedaald, blijft het bestuur niettemin bevoegd.

    6. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten, voor zover deze naar redelijkheid zijn gemaakt, en niet-bovenmatige vacatiegelden.

    Bestuursvergaderingen

    Artikel 6,

    1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in Nederland op de plaats als bij de oproeping is bepaald.

    2. Ieder jaar wordt ten minste één vergadering gehouden.

    3. a. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één of meer van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt(en).

    b. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft of daaraanweliswaar gevolg geeft maar op zodanige wijze dat de vergadering niet kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is (zijn) de verzoeker(s} bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de-vereiste formaliteiten.

    4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 sub b bepaalde - door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet medegerekend, door middel vanoproepingsbrieven dan wel, indien de bestuurder daarmee instemt, door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aanhet adres dat door hem voor dit doel aan de stichting is bekendgemaakt.

    5. Bij de oproeping worden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de tebehandelen onderwerpen vermeld.

    6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Ontbreekt de· voorzitter, dan treedt een van de andere bestuursleden, door het bestuur aan tewijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.

    7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. Deze notulen worden in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering vastgestelden ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.

    Bestuursbesluiten

    Artikel 7

    1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, tenzij in deze statuten anders is bepaald. Besluiten kunnen slechts worden genomen met betrekking tot geagendeerde onderwerpen. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

    2. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. De betreffende bestuurder is verplicht van een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld onverwijld mededeling te doen aan de andere bestuurder(s). Wanneer alle bestuurders of de enige bestuurder een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld heeft, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur.

    3. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht.

    4. Indien zulks bij de oproeping is vermeld, is iedere bestuurder bevoegd om, inpersoon, door middel van een elektronisch communicatiemiddel, rechtstreeks kennis te nemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht uit te oefenen, mits de betreffende bestuurder via het elektronisch communicatiemiddelkan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de -verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen. Voor het houden van de in de vorige zin bedoelde vergadering is vereist dat de betreffende bestuurder via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de·beraadslaging. Het bestuur is bevoegd in een huishoudelijk reglement voorwaarden te stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Indien het bestuur daarvan gebruik heeft gemaakt, worden de voorwaarden bijde oproeping bekend gemaakt.

    5. Indien de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen kunnen toch geldige besluitenworden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen mits met algemene stemmen en mits alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

    6. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursledenin de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk (waaronder begrepen alle vormen van geschreven tekstoverdracht), hun mening te uiten en zich voor het voorstel hebben uitgesproken. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

    7. Ieder niet geschorst bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.-

    8. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

    9. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming plaats. Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe
    stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist hetlot wie van beiden is gekozen.Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.

    10. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij een of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

    11. Blanco en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Voor de bepaling van het quorum tellen blanco of ongeldige stemmen of stemonthoudingen mee.

    12. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslagvan de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.Wordt onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk is geschied, één stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

    Einde bestuurslidmaatschap

    Artikel 8,

    Het bestuurslidmaatschap van een bestuurder eindigt:

    a. door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is dan eindigt haar bestuurslidmaatschap wanneer zij ophoudt te bestaan;

    b. door ontslag krachtens een besluit van het bestuur, zulks met inachtnemingvan in lid 2 en 3 bepaalde;

    c. door aftreden van de bestuurder, zulks met inachtneming van het lid 4, bepaalde;

    d. door ontslag door de rechtbank op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;

    e. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen.

    2. Een bestuurder kan te allen tijde onder opgaaf van redenen door het bestuur worden geschorst en/of ontslagen. De betrokken bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over zijn voorgestelde schorsing of ontslag. Een besluit tot schorsing of ontslag dient met algemene stemmen te worden genomen in een vergadering waarin alle overige bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn.

    3. De schorsing eindigt wanneer het bestuur niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft besloten. Het geschorste bestuurslid wordt voorafgaand aan de besluitvorming tot zijn ontslag in de gelegenheid gesteld zich in de bestuursvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.

    4. De bestuurders zijn bevoegd te allen tijde zelf af te treden, mits dit schriftelijk geschiedt met een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden.

    Bestuursbevoegdheid

    Artikel 9

    1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

    2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaanvan overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, tenzij daartoe beslotenis met twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste drie vierde van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

    3. Indien in een vergadering als hiervoor bedoeld niet drie vierde van de in functiezijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn zal, niet eerder dan een week en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, een tweede vergadering worden gehouden waarin over het desbetreffende onderwerp kan worden besloten ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden, mits het besluit wordt genomen met twee derde van de uitgebrachte stemmen

    Vertegenwoordiging,

    Artikel 10

    1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur alsmede door twee bestuursleden gezamenlijk. Indien meer functies door dezelfde persoon worden vervuld, heeft dat niet tot gevolg dat de stichting door die persoon alleen vertegenwoordigd kan worden.

    2. De beperking van de bestuursbevoegdheid in lid 2 van het vorig artikel geldt-mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging.

    3. De in het vorige lid vermelde beperking kan slechts door de stichting worden ingeroepen

    Boekjaar en jaarstukken

    Artikel 11

    1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

    2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanig wijze een administratie te voeren en daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

    3. De administratie van de stichting dient zodanig te worden ingericht dat daaruitduidelijk blijkt

    a. de aard en omvang van de aan de afzonderlijke leden van het bestuur toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden;

    b. de aard en omvang van de kosten die door de stichting zijn gemaakt ten-behoeve van het beheer van de stichting, waarbij geldt dat deze kosten inredelijke verhouding moeten staan tot de bestedingen van de stichting ten behoeve van haar doel;

    c. de aard en omvang van de andere uitgaven van de stichting dan hiervoor-onder b bedoeld;

    d. de aard en omvang van de inkomsten van de stichting;

    e. de aard en omvang van het vermogen van de stichting, het doel waarvoor het vermogen wordt aangehouden, alsmede een motivering voor de omvangvan het vermogen;

    3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaarde balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen. Deze stukken hierna tezamen te noemen: "jaarstukken".

    4. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld en ten bewijze daarvan door alle bestuursleden ondertekend. Indien een handtekening ontbreekt wordt de reden daarvan op het betreffende stuk vermeld. Het bestuur is bevoegd van dejaarstukken een accountantsrapport te doen opmaken dan wel zich te laten bijstaan door een deskundige.

    5. Nadat het voorstel tot vaststelling van de jaarstukken aan de orde is geweest, zal aan het bestuur het voorstel worden gedaan om kwijting te verlenen aan de-bestuursleden.

    6. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papiergestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere, gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevensgedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

    7. Het bestuur is verplicht de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers conform de in de artikel 2: 10 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijn, zijnde thans zeven jaren lang, te bewaren.

    8. De stichting dient te beschikken over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten. werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van haar vermogenen en de besteding daarvan.

    Reglement·

    Artikel 12.

    1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.

    2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn .

    3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.

    4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 13 lid 2 van toepassing.

    Statutenwijziging, fusie en (af)splitsing

    Artikel 13

    1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen .

    2. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drievierde van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in een vergadering als hiervoor bedoeld niet drievierde van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn zal, niet eerder dan een week en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, een tweede vergadering worden gehouden waarin over het desbetreffende onderwerp kan-worden besloten ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden, mits het besluit wordt genomen met twee derde van de uitgebrachte stemmen ..

    3. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Ieder bestuurslid is tot het doen verlijden van die akte bevoegd.

    4. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Handelsregister.

    5. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot fusie als bedoeld in artikel 2:309 Burgerlijk Wetboek en op een besluit tot (af)splitsing als bedoeld in artikel 2:334a Burgerlijk Wetboek.

    Ontbinding en vereffening

    Artikel 14

    1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 13 lid 2 van toepassing.

    2. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij het bestuur anders heeft bepaald. Een eventueel batig saldo na vereffening zal ten goede komen aan een door het bestuur te bepalen algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling als de stichting of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling als de stichting heeft. De vereffenaars dragen het batigsaldo daartoe over.

    3. Na ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot vereffening vanhaar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van destatuten voor zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan haar-naam worden toegevoegd de woorden 'in liquidatie'.

    4. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting moeten worden bewaard door een door het bestuur aan te wijzen natuurlijke of rechtspersoon, gedurende zeven jaren na de vereffening dan wel de termijn die de wet alsdan voorschrijft.

    Slotbepaling

    Artikel 15,

    In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

    SLOTVERKLARINGEN

    Ten slotte verklaarden de verschenen persoon, ter uitvoering van het bepaalde in-artikel 5 leden 1 en 3, dat voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting worden benoemd: de verschenen persoon sub 1 en wel in de functie van voorzitter, de verschenen persoon sub 2 en wel in de functie van secretaris, de verschenen persoon sub 3 en wel in de functie van penningmeester, de verschenen personen sub 4 tot en met 6 en wel in de functie van gewoon-bestuurslid; Roderick Paul Zoons, in de functie van gewoon bestuurslid.

    SLOT

    WAARVAN AKTE is verleden te Wageningen op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen personen opgegeven en toegelicht. De verschenen personen hebben verklaard tijdig voor het verlijden van de akte van de inhoud ervan te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing ervan geen prijs te stellen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen personen en vervolgens door mij, notaris. (Volgt ondertekening)

     

    © 2018 Stichting Educatiecentrum de Goudsberg /J. Kijlstra. All Rights Reserved.